De zon verscheen vanmorgen ijskoud boven het oude land en de hemel zat zo hoog dat je de vliegtuigen niet hoorde. Je zag alleen maar kruisjes die kristallen draden trokken door de lucht. Er stuwden reusachtige schepen door het kanaal, traag, alsof de dag nog jaren duren zou. De akkers waren lijkwit, gebarsten en onbeschrijflijk leeg.
Het zou de laatste vorstdag zijn van deze winter en ik reed zoekend door de polders, over besneeuwde weggetjes en dijkjes die nooit ergens toe leiden. Je weet wel wat ik zocht.
‘Vogels zijn ook punk,’ zei je weleens als we op zo’n ijle zondagmorgen stinkend, met een kater van hier tot aan de sterren omdat we ’s nachts nog waren afgezakt na een of ander optreden in het anarchistisch centrum of zoiets, naar een kuifmees of een grote zaagbek keken. Toen je nog warm was, de autoruit bewasemde en dingen zei, ook al kwamen er soms zinnen uit als: ‘Ik teken een kut op het raam.’ Later wist je dat dan zelf niet meer.
(Dat je vingers bewogen als je mij vuur gaf. Dat we gitaar speelden en er ineens een lied bestond. Dat we zongen en er stemmen klonken. Dat jij vogelnamen noemde en ik die begreep, en omgekeerd.)

Er stuwden reusachtige schepen door het kanaal, traag, alsof de dag nog jaren duren zou.

Of als we ons verdiepten in de subcultuur van huismussen, vaststelden dat het stemgeluid van een roek sprekend op dat van Johnny Rotten leek of dat een kruisbek niet door God ontworpen kon zijn maar alleen door Vivienne Westwood. Dat soort dingen.
(Dat je je hoofd schudde. Dat we samen zwegen omdat we daarvoor kozen. Dat je bloedde omdat je je gesneden had. Je weet wel, van die onvoorstelbare dingen.)
Ik keek er al met al niet eens zo vreemd van op toen je besloot te gaan vliegen.
Maar goed, ik had geluk vandaag: ik vond de giervalk in de zendmast vlak bij je oude huis. Hij zat daar in het winterlicht enorm te zijn en pas een halfuur later vloog hij op en zweefde weg, hoog, ver over het kanaal, en ik dacht jammer, wat jammer dat je hier niet bij kon zijn.

illustratie Roosmarijn Schoonewelle bij tekst Jan Zwaaneveld