Het was een doordeweekse avond in november 1995 en ik suisde over de snelwegen richting het zuiden. Mijn Renault 5 had nieuwe koppakkingen gekregen van het betrouwbare mannetje van de garage waar ik hem altijd heenbracht. Het mannetje gaf me altijd een bakkie koffie met zijn vieze knuistjes en knipoogde dan naar me. Wist niet waarom. Het was geweldige koffie. ‘Colombia’, zei het mannetje dan. ‘Uit een bosrijke omgeving.’ En dan knipoogde hij weer naar me. Geen idee waarom. Hij had vettig haar en een vlassig snorretje en her en der wat plukjes baard. Ik vroeg niet wat koppakkingen waren want dat was een fout die veel beginners maakten bij garagebedrijven. Het mannetje wist dat er met mij niet viel te sollen.
De Effenaar in Eindhoven was de bestemming omdat Dead Moon daar een concert zou geven. Het was een kleine twee uur rijden van Den Haag naar Eindhoven, maar ik had een Renault 5 vol met benzine en cassettebandjes en ik genoot van het kunstlicht van de lantarenpalen in de duisternis rondom de snelwegen. Dead Moon was de Amerikaanse garagepunkband van het echtpaar Fred en Toody Cole uit Clackamas, Oregon. Fred Cole was zo oud als mijn moeder en zijn vrouw Toody Cole zo oud als mijn tante Constance. Tante Constance zei altijd dat ze creatief was en dat ze van de wind kon leven, maar in werkelijkheid leefde ze van een bijstandsuitkering. Ze had opgestoken haar en droeg rode lippenstift en kleedde zich altijd creatief in erg wijde gewaden, maar ik dacht altijd dat ze dat deed omdat ze moddervet was en niet omdat ze creatief was. Op het feestje voor mijn achtste verjaardag ontdekte ik dat er meestal een groot verschil bestond tussen wat mijn ooms en tantes beweerden en hoe het werkelijk zat. Tijdens deze verjaardag zag ik tante Constance alleen staan huilen in onze keuken terwijl in de woonkamer de LP van Vive La France hard werd gedraaid. Toen ze me zag zei ze giftig dat ik naar bed moest. Het was mijn feestje en pas iets na zevenen dus bleef ik staan. Toen snoot ze haar neus in een theedoek en zei dat het allemaal mijn schuld was.

Tante Constance zei altijd dat ze creatief was en dat ze van de wind kon leven, maar in werkelijkheid leefde ze van een bijstandsuitkering.

Ik vond het prettig om Clackamas te zeggen hoewel ik niet zeker was van de uitspraak, maar ik kwam dan ook niet uit Clackamas, Oregon in de Verenigde Staten. Fred en Toody Cole wel en ze konden bovendien een aardig potje teringherrie produceren in een kleine concertzaal ergens in het zuiden van het land. En nu zong Fred in mijn Renault 5 met nieuwe koppakkingen via de Aristona cassettespeler dat hij geen vat kon krijgen op de vrouw van zijn dromen terwijl Toody rustig mee pummelde op haar basgitaar. Zo gingen die dingen in Clackamas, Oregon in de Verenigde Staten.
Tante Constance had het vaak over nieuwe mannen in haar leven en dat haar twaalf katten daar steeds aan moesten wennen en dan lachte ze heel hard. Dat vond iedereen dan grappig. Altijd als ik haar zag zei ze dat ik een hartenbreker zou worden. En dan lachte ze weer heel schel en voelde ik me ongemakkelijk. Ik wist nooit of ze het meende of dat het een grap was. Verder zei ze niets tegen mij. Iedereen in de familie bewonderde tante Constance omdat ze een vrije geest was die altijd geld nodig had en emotionele steun van alle aanwezigen. Na weer een relationele crisis ging ze steevast naar haar waarzegger die dan zei dat het niet aan haar lag en dat er een nieuwe liefde op komst was.
Na de kaartcontrole bij de Effenaar schuifelde ik door naar de jassenafdeling die ze hier de garderobe noemden. Ik wisselde mijn dubbel gewatteerde skijas van Intersport in voor een bonnetje dat je normaal bij de slager of de bakker moest afscheuren van zo’n apparaat. Het nummer was 071. Volgens mij het kengetal van Leiden en omstreken. Dat was mijn ezelsbruggetje. Ik frommelde het bonnetje in mijn kontzak, maar ik wist nu al dat ik het na het concert waarschijnlijk niet meer kon vinden.
Aan de bar bestelde ik een colaatje omdat ze geen Dr. Pepper hadden, stak een sigaret op en keek naar de bezoekers. Zoals altijd bij de concerten waar ik heenging leek het wel of ze alle kraakpanden van de stad hadden leeggetrokken en die bezitloze activisten naar deze locatie hadden gelokt voor een avondje vertier. Tante Constance ging vaak naar Amsterdam voor vertier, want daar gebeurde het allemaal en het was maar een half uurtje met de trein. Ze dronk daar Amaretto en tongzoende dan met aantrekkelijke mannen. En de rest van de familieleden waren maar lompe boeren en dan lachte ze weer heel erg hard.
Veel van de krakers hadden T-shirts van bands aan die ik allemaal kende hoewel ze in de marges van de muziekwereld opereerden. De afbeeldingen van Dead Moon overheersten op de borsten van mijn makkers. Nooit begrepen waarom ze die T-shirts aantrokken. Op het podium was een lege fles Jack Daniels ondersteboven op het drumstel geplaatst waar een aangestoken druipkaars op stond. Fred, Toody en de drummer zouden volgens de programmering over twintig minuten beginnen, dus pakte ik mijn zakflesje uit de grote zak van mijn cargobroek. De zaal was nauwelijks verlicht, maar toch keek ik om me heen of niemand zag dat ik twee slokjes nam. Vrijwel meteen werd ik op een overweldigende manier bewust van mijn lichaam en met name van mijn hersenen en mijn ellebogen. De krakers met hun onverzorgde uiterlijk lachten naar me en wilden zijn zoals ik. Dat zag ik in hun blik. Ik glimlachte naar ze en vroeg me af of een cavia ook in het wild kon overleven. Daar hoorde je nooit iemand over. Mijn tepels voelden aan als zachte stopverf. Wel prettig. Die krakers waren zo lelijk nog niet in hun zwarte verschijningen. Voelde me superieur. Wilde zelfs tongzoenen met zo’n kraakster die zich uit principe niet onthaarde en naar oud zweet stonk. Kon mij het rotten. Had trek in oesters, hoewel ik die nog nooit had gegeten. Moest zo even vragen bij de overdreven aantrekkelijke bardame of deze geserveerd konden worden. Zij had vast alles geschoren naar eigentijdse maatstaven. Het hoefden maar een paar oesters te zijn. Voor het idee. Of coquilles. Had ik ook trek in. Had ik ook nog nooit gegeten. Zouden Fred en Toody kinderen hebben? En wie paste er nu in godsnaam op die koters? Kreeg via de glazenophaler door dat ze een oppas hadden. Godzijdank. Had een erectie van hier tot Hindelopen. Was nooit in Hindelopen geweest, maar als het net zo fantastisch was als Eindhoven, dan wilde ik er dood gevonden worden. Cola. Ik bestelde een cola. Maar ik had nog cola, maar ik bestelde toch een cola. Daar waren geen regels voor. De Effenaar draaide The Chrome Cranks. Heerlijk. Ik nam nog een slok uit mijn blinkende zakflesje. Heftig spul. Ik kende eigenlijk helemaal niemand die bezwaar maakte tegen het bestaan van vlinders. Of lieveheersbeestjes. Niemand had problemen met die beesten. Hoewel daar natuurlijk ook klootzakken tussen zaten. Maar dat mocht je dan weer niet zeggen.

Ik kende eigenlijk helemaal niemand die bezwaar maakte tegen het bestaan van vlinders. Of lieveheersbeestjes.

Er stond een hagedis naast me in de vorm van een kraker met een ring door zijn neusschot die een Dr. Pepper bestelde. Misschien moest ik toch maar een keer tante Constance bellen. Maar ik had haar nummer niet en misschien was ze wel dood. Dat gun je niemand. Dead Moon speelde inmiddels al een tijdje op de achtergrond. Laten we hopen dat Tante Constance vredig was heengegaan tijdens het knutselen van iets creatiefs met wc-rollen en papier mâché in het gezelschap van een harige kraker die haar in alle standen van de regenboog seksueel bevredigde. Dat gunde ik haar. Want ze hield van zwaar behaarde mannen en zo wilde ze vast herinnerd worden. Ik nam nog een slok en keek naar het roestvrijstalen flesje alsof ik de inhoud kon zien. Dit bloed was van prima kwaliteit. Metalige smaak, de juiste viscositeit en redelijk vers. Beter dan gemiddeld. Tante Constance hield niet van gemiddeld. Dat vond ze zum kotzen. Daarom ging ze alleen met hoogbegaafde mensen om. En dan nam ze demonstratief een trekje van haar Belinda sigaret en keek mysterieus uit het raam voordat ze de rook uitblies. En dan zweeg de rest van de familie omdat zij inzagen dat zij inderdaad niks bereikt hadden in het leven. En dan werd er een plaat van Michel Fugain opgezet om de spanning te breken. En dan ging iedereen dansen. Zo ging dat toen. Tante Constance woonde in een buitenwijk van Weesp. Dat wist ik nog.