De wandelschoenen zaten vanaf het begin al niet goed. Lara dacht dat het vanzelf over zou gaan, maar de zeurende pijn in haar linkerhiel werd steeds erger naarmate ze de berg beklom. Tot het niet meer ging. Ze bleef staan bij een dennenboom, legde haar hand op de stam en draaide zich om naar het landschap achter haar.
Een groen tapijt van boomtoppen strekte zich uit over de aarde. De lucht was grijs bewolkt en plaatste het fjord in een oogverblindend licht. Boven de bergen lag eeuwige sneeuw te wachten op de meest ervaren klimmers. Waar het bos ophield begon een groene vlakte gevuld met bloemen, en in de verte lag het kleine havenstadje waar het cruiseschip voor anker lag.
Lara trok haar schoen uit en masseerde de voet. Ze voelde de pees onder haar huid wegglijden waar haar vingers in het vlees drukte. Een harde kabel die spier en bot met elkaar verbond. Verderop klom Mozes naar boven. Ze hoorde hem takken breken met zijn voeten. Rood en bezweet kwam hij uit de bosjes tevoorschijn.
‘Zijn we er al bijna?’ vroeg hij. Hij probeerde het onverschillig te laten klinken maar zijn ogen keken haar smekend aan. Lara schudde haar hoofd en wreef nog een keer over haar hielen voordat ze haar schoen weer aan trok. Ze moesten door.

Een groen tapijt van boomtoppen strekte zich uit over de aarde. De lucht was grijs bewolkt en plaatste het fjord in een oogverblindend licht.

Op de website stond ‘dat u tijdens de cruise weer helemaal tot uzelf komt en een rust en reinheid ervaart die u nog nooit eerder heeft beleefd’. De Viking-saga duurde een maand, vertrok uit Amsterdam en ging naar eigen zeggen langs de meest adembenemende fjorden van Noorwegen. Het zag er prachtig uit, maar de prijzen waren ver boven haar budget. Lara wilde net op het kruisje rechtsboven klikken toen haar oog op de openstaande vacature viel. Ze keek er vijf minuten naar en begon toen met trillende handen in de mapjes van haar computer naar haar cv te zoeken.
Na het kennismakingsgesprek dacht ze na over haar toekomst als barvrouw op een cruise voor zestigplussers. Ze zag een melancholische man die zijn laatste glas cognac opdronk, om de rekening vroeg en daarna in gedachten verzonken terug naar zijn hut liep. Lara zou de boel afsluiten, de deur op slot doen en op het dek nog even luisteren naar de ruisende golven in de duisternis. Ze zou een rust en reinheid ervaren die ze nog nooit eerder had beleefd.
Maar nee, Lara wist niet dat bejaarden zó konden zuipen. Zodra het schip de haven verliet was het elke nacht feest. De pensionado’s stonden met uitgelaten gezichten aan de bar te zwaaien met hun creditcards. Ze dronken geen cognac maar mojito’s, in grote glazen waar Lara ijsklontjes in deed en een parasolletje van felgekleurd crêpepapier. De mannen hadden hun overhemden twee knoopjes te ver open, met borsthaar zo grijs en taai als staalwol. De vrouwen hadden satijnen gewaden die ze al tien jaar niet meer hadden gedragen. Als de danszaal openging pakten ze hun drankjes en renden ze naar binnen. Onder het licht van de discolampen, dansend op de noten van hun jeugd, was het alsof ze weer tieners waren. Vanaf de bar had Lara een goed uitzicht op het geheel. Ook op DJ Mozes.
Vanaf een verhoging draaide hij platen voor het enthousiaste publiek. Hij bewoog veel met zijn armen en droeg een zwarte zonnebril. Lara moest ondertussen de hele zaal van drank voorzien en de lege glazen ophalen. Soms voelde ze de ogen van DJ Mozes in haar rug wanneer ze langs hem liep. Hij bleef nooit hangen en verliet direct de zaal zodra zijn set was afgelopen.
Ze spraken pas op de avond dat mevrouw Beltman in elkaar zakte tijdens de macarena.
‘Ik heb alleen maar wat frisse lucht nodig!’ riep ze, terwijl ze de hulp-biedende armen weg sloeg. Lara liep met haar mee naar buiten. Mevrouw Beltman hing een tijdje aan de reling van het schip, als een bokser tussen de rondes door. Toen stak ze een sigaret op en mopperde ze over alle bezorgdheid om ‘een oud wijf zoals zij’.
Ze liet foto’s van haar kleinkinderen zien. Bleke roodharige jongetjes die eruit zagen alsof ze leefden op een dieet van Fristi en frikandelbroodjes. Ze hadden gezichten als ratten. Lara zei dat ze erg leuk waren. Mevrouw Beltman keek haar eerst wantrouwend aan en moest toen lachen.
‘Ja ja,’ zei ze met een zwalkende stem. ‘Jij komt er wel.’
Ze stopte de telefoon terug in haar handtas en liep de zaal weer in. Lara bleef buiten nog even luisteren naar de ruisende golven. Ze kreeg nauwelijks pauzes, dus elk moment voor haarzelf was mooi meegenomen. Toen hoorde ze voetstappen achter haar.
‘Ze zijn weer lekker bezig vanavond.’ De dj stond naast haar, met zijn handen in zijn zakken.
‘Ik heb me nog niet voorgesteld,’ zei hij nonchalant. ‘Ik ben Mozes.’
Lara moest lachen.
‘Je heet echt zo?’
Mozes keek zo intens verdrietig dat Lara concludeerde dat zijn naam een gevoelig onderwerp was.
‘Ik ben Lara,’ zei ze snel. ‘Sorry, ik dacht dat het je artiestennaam was.’
‘Nee… Zo heet ik gewoon.’
Mozes bleek een onzekere jongen te zijn, die graag het woord had maar geen verhaal kon vertellen. Zonder Lara aan te kijken begon hij te praten. Hij zei dat hij op het schip werkte voor de speelervaring. Bij zijn werk ging het om vlieguren maken en netwerken; je moest de juiste mensen kennen. Niemand begrijpt dat. Ze denken dat een carrière in de muziekindustrie zomaar uit de lucht komt vallen. Ze zien je plezier maken op feestjes, maar er komt veel meer bij kijken. Ze snappen niet dat het heel hard werken is om een artiest te zijn. Lara luisterde en knikte als er een stilte viel.

Een stuwende kracht die haar naar het noorden bracht. Ze hoefde het alleen maar te volgen.

Dus wat doe jij hier?’ vroeg Mozes na een lange tijd.
‘Als je niet knap bent moet je interessant zijn; dat had Lara van kinds af aan al een logische gedachte gevonden. Dus toen ze aan haar vrienden en familie moest uitleggen waarom ze met haar studie was gestopt om op een cruiseschip te werken kwam ze met de interessantste verklaringen. Vooral de klassieker ‘ik wilde wat van de wereld zien’ had het goed gedaan. Niemand stelde vragen. Lara ontsnapte aan haar leven met een paar welgemikte platitudes.
Maar Mozes kende ze niet, dus ze hoefde ook niets meer te verzinnen.
‘Ik weet het eigenlijk niet,’ zei Lara. ‘Ik werd op een dag wakker en voelde dat ik naar Noorwegen moest gaan.’
‘Zomaar?’ Mozes krabde achter zijn oren.
Lara haalde haar schouders op.
‘Ik denk dat ik wat rust nodig had.’
Nu moest Mozes lachen.
‘Je bent hier voor de rust!?’
Dezelfde nacht moest Mozes zijn set onderbreken. De kapitein klom onder luid gejoel het podium op. Een knappe man met een goed verzorgde baard, die altijd op de adoratie van de gasten kon rekenen. Hij pakte de microfoon en vertelde dat het noorderlicht te zien was aan de stuurboordkant van het schip. ‘Stuurboord is rechts,’ zei hij nog met een knipoog.
De bonte stoet trok meteen naar buiten. Ze namen hun cocktails mee en vergaapten zich aan de hemel, aan de lange gekleurde mistflarden die tussen de sterren laveerden. Lara keek hen zwijgend na. In hun tweede kindertijd was er niets anders te doen dan plezier maken, en dat deden ze vol overgave.
Lara nam afscheid van Mozes en liep naar haar hut. Met moeite trok ze haar kleding uit en gooide ze het in de wasmand. Haar T-shirt stonk naar alcohol. Ze poetste haar tanden in haar onderbroek en bestudeerde uitgebreid de wallen onder haar ogen. Toen deed ze het licht uit en klom ze het ijskoude bed in, waar ze nog lang naar het plafond bleef staren zonder ergens aan te denken. Ze voelde een onderstroom in haar ziel. Een stuwende kracht die haar naar het noorden bracht. Ze hoefde het alleen maar te volgen.

Lara stelde voor om de berg te beklimmen. Het leek haar iets wat mensen deden die met beide benen op de grond stonden. Mozes was direct enthousiast. De bejaarden waren op excursie naar een paar vissersdorpen, dus er was niets te doen op het schip. Ze hadden de hele dag vrij om het fjord te verkennen.
Wandelen: als Lara had geweten dat het zo kut was had ze wel iets anders voorgesteld.
‘Weet jij eigenlijk waar we naartoe gaan?’ vroeg Mozes.
‘We volgen de bordjes.’
‘Die kloppen voor geen meter!’
‘Dan gaan we zo gewoon via dezelfde weg terug.’
Ze waren gestopt bij een uitkijkpunt. Een plateau van steen, waar ze onbelemmerd de natuur konden bewonderen. Lara leunde met beide handen op de vangrail bij de rand van de afgrond. Ze voelde dat het harder begon te waaien en zag dat de lucht grauw werd boven de zee. Het schip lag nu heel ver onder hen.
Ineens moest ze aan thuis denken. Aan alles daar. Telefoonrekeningen, vergeten wachtwoorden, kerstlampjes die niet blijken te werken, Israël en Palestina, onbevredigende seks en het oeverloze gezeik over de boodschappen, de afwas en de stofzuiger. Haar vrienden en de eindeloze stoelendans in de stamkroeg, de afspraken die niet nagekomen worden, de gaten in haar kleren, de werkgroepen in de ochtend en foto’s die ze niet op het internet durfde te plaatsen. A is verliefd op B maar B is niet verliefd op A. Het Kolossale Gedoe van het leven, waar Lara maar heel soms aan kon ontsnappen.
Zoals nu. Voor het eerst sinds een hele lange tijd kwam er een kalmte opzetten in haar lichaam, terwijl ze met haar blote voeten in het gras stond. De knellende wandelschoenen had ze uitgedaan, als een zweterige beha na een lange dag. Rust en reinheid. Hiervoor moest Lara naar de berg komen, want de berg kwam al jaren niet meer naar haar.

Telefoonrekeningen, vergeten wachtwoorden, kerstlampjes die niet blijken te werken, Israël en Palestina, onbevredigende seks en het oeverloze gezeik over de boodschappen, de afwas en de stofzuiger.

Mozes hield eindelijk zijn mond. Zijn gezicht was naar de aarde gericht en zijn ogen schoten heen en weer. Lara stelde zich voor hoe hij er als oude man uit zou zien, rimpelig en kromgetrokken, en zag haarzelf toen ook op die leeftijd. Ze voelde een enorme vertedering voor hen allebei. Toen zakte Mozes door zijn knieën en raapte hij een platte steen op, die hij zonder iets te zeggen over de rand gooide. Hij ketste van de rotswand en verdween in de diepte.
‘Kom, we gaan terug,’ zei Mozes na een tijdje. Lara knikte en keek waar ze haar wandelschoenen had gelaten. Daar stonden ze. Onschuldig. Bij het bankje, met haar opgerolde roze sokken in de neus gepropt.