Je bent prachtig, Donker Zwart Varkentje,
pootjes op de toetsen, je zit mooi rechtop
streng en ontspannen, alsof een lach je inpakte
en vasthoudt aan het grote instrument.

Luister,
dit is een verhaal
van Donker Zwart Varkentje,
de bloedstollend mooie muziekjuf:
zij is een wijs dier,
dat altijd hard werkt
onderweg naar de volgende les.
Allegro… hoor toch ‘s,
hoe het geklikklak van haar hakjes
stalen traptreden geselt
’t laat galmen tussen de kale muren
van haar muziekkasteel
op naar het eind
van een verlaten gang
achter een deur
waar haar verfijnde stem werkt
het ronde raampje in de deur beslaat.

illustratie Jeroen Los bij tekst Sacha Kortman

Als de muziek stopt,
en de piano dooft en
ze alleen met haar iPhone is
dan…
drinkt ze om te ontspannen kopjes cappuccino,
aan de rand van een bos
op een terras overgoten
met bloederig novemberblad.
Een dag als vandaag,
vrijdagmiddag, Varkentje zit en nipt van haar koffie.

Maar iets is anders vandaag –
tussen de losse blaadjes sist er wat
Donker Zwart Varkentje wil hier weg.
Het terras af, onverwijld staat ze op
en vertrekt, de cappuccino achterlatend,
het bos in.

In het bos slentert ze een slingerpad af
dat ze dromen kan, onder oude platanen,
en vertrapt een dode tak, krak…
Varkentje kijkt omhoog
daar boven het bladerdek daalt een bosnimf neer,
een hemels wezen
gedragen in een zilver-turquoise nevel
Varkentjes mond valt open
recht voor Varkentjes neusje hangt de bosgodin;
‘dat treft dat ik jou hier tegenkom’ zegt ze,
Donker Zwart Varkentje denkt: ‘ What the Feck…,en
wat heb ik nou aan mijn fiets hangen…’
De spieren in Varkentjes bevallige pootjes voelen wat slapjes
als de mistige bosnimf vliegensvlug beweegt
een dubbele salto achterwaarts maakt
en nu geruisloos blijft zweven ter hoogte van Varkentjes rechter oor;
‘nu zullen we het krijgen’ denkt Varkentje
de bosnimf fluistert: ‘ Ken jij Krullen Wolf, Varkentje?’
‘Jajaja… ik ken Krullen Wolf,
heb met hem gewerkt,
aan de muziekschool in de Molenstraat,
werkelijk een artiest met een goed muzikaal oor,
een uiterst charmant dier ook ’ zegt varkentje
‘ Wist je trouwens dat hij dichter is,
en een van zijn gedichten aan jou opdraagt, Varkentje
het is een nieuw werk, pas geschreven én nog ongelezen
ik heb het toevallig bij me.’ zegt de nimf
‘ Ik weet nergens niets van mevrouw nimf .’ antwoord Varkentje…
‘ maar het heeft er alle schijn van,
dat u speciaal voor mij dit bos in bent komen zweven,
met exact dit speciale gedicht onder uw nimfenvleugels,
dus waarom ook niet, laat maar horen !’ zegt Varkentje.

Het gedicht van de Wolf:

Ergens niet ver weg
bestaat een parallelle wereld
waar het altijd schemert
daar stipt mijn denken aan jou
een plek aan op de tast
waar we heen zouden kunnen,
bang hoef je niet te zijn
lief donker zwart varkentje
leun maar tegen de vleugel
ik moet je fouilleren,
en sta je keurig stil
anders ga je op de gril
één aanraking,
een golf van geluk doortrekt mijn vlees,
aWoehhh…hierrr komt de Wolf
knibbel, knabbel, ga je knorren
ga je snorren varkentje, daar is mijn dikke…
aWoehhh…hierrr komt de Wolf.

illustratie Jeroen Los bij tekst Sacha Kortman

Varkentjes kastanjebruine ogen spugen vuur,
‘een gedicht, ik…weet niet,
voel je zijn zweterige klauwen!’
Varkentje gaat verder:
‘ Een bezwering, dat is het ja en behoorlijk overspannen ook,
kom zeg…bestaat er een groter cliché
leerling wordt verliefd op pianolerares.’

Je bent prachtig, Donker Zwart Varkentje,
pootjes op de toetsen, je zit mooi rechtop
streng en ontspannen, alsof een lach je inpakte
en vasthoudt aan het grote instrument.

‘Was dit het, ik wil naar huis.’ zegt Varkentje
de bosnimf knikt en besluit,
‘ Wolf doodde de verliefde tijd,
met zingen aan jouw balkon varkentje
dat geloof ik echt…
O muziek,
is alles wat er is
onzichtbare Bloem van verderf.’
de nimf verdween en Varkentje liep,
na wat een lichte duizeling leek,
verder het slingerpad af.